Minister Van Peteghem bereikt breed akkoord over meerjarenplan om Europa te overtuigen van onze ambitieuze hervormingen en realistisch begrotingstraject

Vice-eersteminister en minister van Begroting Vincent Van Peteghem heeft een akkoord over het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn. Het is dat plan dat Europa van ons land vraagt om te oordelen over het toekennen van een begrotingsinspanning op 7 jaar. Na akkoord binnen de Federale regering, gaf ook het Overlegcomité zijn akkoord.
“Dit meerjarenplan verankert de ambitieuze hervormingen uit het regeerakkoord. Door met impact te hervormen in onze fiscaliteit, pensioenen en arbeidsmarkt gaan we voor een daling van onze overheidsschuld en zorgen we dat het tekort op de middellange termijn onder 3% van het bbp wordt gebracht en gehouden. Met dit plan zit alles op schema om te kunnen voldoen aan de voorwaarden van Europa voor een zevenjarig aanpassingstraject. Het is nu aan de regering om vaart te maken met de afgesproken hervormingen.”
Vincent Van Peteghem, Vice-eersteminister en minister van Begroting, belast met Administratieve Vereenvoudiging
In toepassing van het nieuwe Europese begrotingskader moet België voor het eerst een nationaal budgettair structureel plan voor de middellange termijn indienen. De deadline van 20 september 2024 werd in de context van de formatie verlegd naar midden maart. Die wordt nu gehaald.
In aanloop naar het akkoord vonden verschillende technische dialogen plaats met de Europese Commissie. Op basis van die gesprekken werd de tabel met hervormingen en investeringen verfijnd om een verlenging van de aanpassingsperiode richting 7 jaar te verantwoorden. Daarnaast werd ook het uitgaventraject bijgesteld conform onze budgettaire realiteit voor 2025.
Het plan verduidelijkt de gevraagde hervormingen in onder andere fiscaliteit, pensioenen en arbeidsmarkt en toont een realistisch traject om de overheidsschuld aan het einde van de aanpassingsperiode van 7 jaar een geloofwaardig neerwaarts pad te laten volgen, en het overheidstekort op de middellange termijn onder 3% van het bbp te brengen én te houden.