Minister Van Peteghem na rapport Monitoringcomité: "Koers van budgettaire verantwoordelijkheid aanhouden"
Het rapport van het Monitoringcomité bevestigt wat het Planbureau en de Nationale Bank eerder stelden: onze overheidsfinanciën staan onder druk, en die druk neemt ondanks een reeks stevige maatregelen de komende jaren verder toe.
De structurele kostendrijvers manifesteren zich steeds meer. De vergrijzingskost toont zich door de demografische evolutie meer en meer in de cijfers van de sociale zekerheid. De rentelasten blijven stijgen tot zo’n 22,5 miljard euro in 2031 ondanks het feit dat de projectie van de federale schuldgraad naar beneden bijgesteld wordt door de genomen structurele maatregelen. En daarbij komen nog de economische en veiligheidsuitdagingen.
Het tekort in 2026 verslechtert ten opzichte van de initiële begroting tot -3,8% BBP voornamelijk door de niet-uitvoering van bepaalde maatregelen. Zo zien we onder meer een negatieve correctie van bijna 0,5 miljard euro op de fiscale inkomsten. Voor de begrotingscontrole is een bijkomende verbetering van 1,4 miljard euro in 2026 nodig. Grote uitdagingen vragen grondig werk, we mogen geen tijd verliezen. De werkgroepen gaan dinsdag meteen van start om het rapport, de afspraken en de onderliggende tendensen uitgebreid te analyseren wat het startschot voor de begrotingscontrole 2026 betekent.
Op middellange termijn is de verslechtering groter, oplopend tot -0,6% BBP op horizon 2029. Dit voornamelijk door een verlaging van de ontvangsten met 0,4% BBP, 0,1% BBP voor de defensie-uitgaven en 0,1% technische correcties. Hierdoor wordt ondanks de vele structurele maatregelen die we al namen de Europese uitgavennorm niet langer gehaald. We moeten de koers van budgettaire verantwoordelijkheid aanhouden en extra structurele maatregelen afspreken bij de begrotingsopmaak later dit jaar.
Het volledige rapport van het Monitoringcomité kan u hieronder raadplegen.