Repliek Algemene Bespreking Begroting 2026
|
Voorzitter, collega’s, Laat mij beginnen met een woord van dank. De voorbije uren hebben we hier een grondig en inhoudelijk debat gevoerd. Scherp, kritisch en zelfs wie op de man speelde in plaats van op de bal, wil ik vergeven. Want een begroting zit overduidelijk vol emotie, eigen aan de betrokkenheid bij de uitdagingen waar we samen voor staan. En daarvoor wil ik u oprecht bedanken. Ik wil ook het Rekenhof bedanken voor de grondige en kritische analyse van de begrotingsdocumenten. En ik wil mijn administratie uitdrukkelijk erkennen voor het vele werk dat in deze begroting is gekropen. Het zijn deze mensen die achter de schermen de vertaalslag maken van beleidskeuzes naar cijfers. Collega’s, een begroting is nooit een louter technische oefening. Zij weerspiegelt onze prioriteiten, onze keuzes en onze verantwoordelijkheid tegenover de toekomstige generaties. Vandaag geldt dat des te meer. Deze regering neemt verantwoordelijkheid in een moeilijke en onzekere context, die de voorbije weken alleen maar meer complex is geworden. De geopolitieke situatie is instabieler, de economische vooruitzichten zijn verslechterd en de rentevoeten zijn gestegen. De analyse van verschillenden onder jullie is dan ook correct. De cijfers evolueren en waakzaamheid blijft noodzakelijk. Maar precies in die omstandigheden is het onze plicht om richting te geven en beslissingen te nemen. Stilstand is geen optie. De begroting die vandaag voorligt, vertrekt vanuit het respecteren van de Europese uitgavennorm en het voorzien in de structurele financiering van verhoogde defensie-uitgaven. Dat betekent een bijkomende inspanning van 9 miljard euro tegen 2029. De Europese Commissie bevestigt dat België met deze begroting het vooropgestelde uitgaventraject respecteert. Dat is een belangrijk signaal van geloofwaardigheid en van respect voor wat van ons land wordt gevraagd. Tegelijk zijn we daarin nuchter. Het respecteren van de uitgavennorm vandaag betekent niet dat de budgettaire uitdaging achter ons ligt. Integendeel, de structurele opdracht om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn te verzekeren, blijft groot. Volgens de vooruitzichten van het Federaal Planbureau zal het tekort van entiteit I tegen 2029 nog steeds aanzienlijk zijn en zelfs verder toenemen. Om tegen 2030 opnieuw onder de Europese norm van 3 procent te komen, zullen bijkomende inspanningen nodig zijn. Geen kleine opdracht, dat hoef ik u niet uit te leggen. Dat vraagt een beleid dat verder kijkt dan één begrotingsjaar, een beleid dat steunt op volgehouden discipline en een regering die beseft dat vooruitgang niet gebaat is met lamme vleugels, maar een arendsoog op onze doelstellingen. Collega’s, de meest duurzame manier om onze overheidsfinanciën te versterken, is door de fundamenten van onze samenleving en economie te versterken. Daarom zet deze regering in op hervormingen die de werkzaamheidsgraad verhogen. Maatregelen zoals de beperking van de werkloosheid in de tijd, de pensioenhervorming en de fiscale hervorming maken daar integraal deel van uit. Vandaag ligt onze werkgelegenheidsgraad nog te laag om ons sociaal model op lange termijn te blijven financieren. Dat is geen louter federale uitdaging, maar een verantwoordelijkheid van alle beleidsniveaus in dit land. Als we willen dat onze welvaartsstaat ook voor onze kinderen en kleinkinderen overeind blijft, dan moeten we vandaag keuzes maken. Een tweede belangrijk element is onze budgettaire geloofwaardigheid. Daar gaan we ernstig mee om. De ramingen in deze begroting zijn gebaseerd op de best beschikbare gegevens op het moment van opmaak. Tegelijk is het evident dat we die ramingen actualiseren wanneer nieuwe informatie beschikbaar komt. Dat is eigen aan elke begrotingscontrole. Collega’s, Ik ben een liefhebber van voorspelbaarheid, omdat ze de basis vormt van degelijk bestuur. Net in een geopolitiek en economisch onzekere context moet de begroting een anker zijn dat stabiliteit en vertrouwen biedt. De opeenvolging van een begrotingsopmaak en een begrotingscontrole is daarbij de essentie van goed bestuur: plannen, evalueren en bijsturen, op een gestructureerde en geloofwaardige manier. Daarom starten we deze week met de begrotingscontrole. Op basis van de meest recente parameters zullen we beoordelen waar bijsturing nodig is om onze doelstellingen te realiseren. Wanneer we afronden, hangt van vele factoren af, maar in de eerste plaats van het moment waarop het resultaat voldoet aan de hoge lat die we onszelf hebben opgelegd. Collega’s, deze begroting maakt duidelijke keuzes en weerspiegelt verschillende cruciale beleidsprioriteiten. In de eerste plaats is er veiligheid. Deze regering voert het defensieplan consequent uit en blijft middelen voorzien voor de ondersteuning van Oekraïne. Dat is een duidelijke keuze om onze internationale verantwoordelijkheid op te nemen in een wereld waar onzekerheid troef is. Tegelijk blijven we investeren in onze binnenlandse veiligheid, door extra budget voor justitie en politie. Deze regering zet ook in op de bescherming van de koopkracht en de solidariteit in onze samenleving. Met het familiekrediet ondersteunen we gezinnen en alleenstaanden in de zoektocht naar de balans tussen werk en gezin. Daarnaast wordt het principe van de automatische indexering gevrijwaard. Dat systeem heeft de voorbije jaren zijn waarde bewezen als stabilisator voor zowel de economie als de koopkracht van gezinnen en alleenstaanden. Ten slotte zal de fiscale hervorming ervoor zorgen dat mensen netto meer overhouden. Een signaal aan onze gezinnen en alleenstaanden dat werken loont. Een signaal dat te lang op zich heeft laten wachten. Collega’s, wat betreft de kritiek die werd geuit op het begrotingsbeleid en de kwaliteit van de documenten. In de commissie hebben we hierover een grondig en technisch debat gevoerd, onder meer over het gebruik van provisies en de herverdelingsregels. Provisies worden gebruikt voor uitgaven die moeilijk vooraf exact toe te wijzen zijn. Idealiter evolueren we naar een systeem met meer rechtstreekse toewijzingen van kredieten of departementale provisies. Samen met mijn administratie zal ik bekijken hoe we daarin verdere stappen kunnen zetten. Collega’s, ik sluit graag af. De budgettaire situatie van ons land is ernstig en vraagt duidelijke keuzes. Wat deze regering doet, is precies dat: verantwoordelijkheid nemen. We voeren hervormingen door die te lang zijn uitgesteld en we nemen maatregelen die de fundamenten van onze economie versterken. Soms niet populair, des te meer noodzakelijk. Dat is niet alleen een opdracht voor deze regering, maar voor elke regering die volgt. Wie ook verantwoordelijkheid draagt, zal deze uitdaging niet kunnen ontwijken. Maar de richting is duidelijk. We moeten de structurele kostendrijvers aanpakken, onze inkomsten rechtvaardig op peil houden, onze economie versterken en onze begroting opnieuw robuust maken. Niet alleen om vandaag betere cijfers voor te leggen, maar om te garanderen dat onze welvaartsstaat ook morgen standhoudt. Het gaat over de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen: dat zij als beleidsmakers van morgen hun keuzes in budgettaire vrijheid kunnen maken. Dat zij het morgen beter hebben dan wij vandaag. Ik dank u. |
|---|